Cognitieve gedragstherapie bij PDD-NOS

De opvatting bestaat dat cognitieve gedragstherapie voor kinderen met PDD-NOS niet geschikt zou zijn. Dit is echter een misvatting. Een therapie gericht op het inzicht geven in en veranderen van gedrag is ook bij kinderen met PDD-NOS mogelijk. De voorwaarde van zo’n therapie is wel dat er goed rekening moet worden gehouden met de PDD-NOS kenmerken van het kind, zoals moeite met het herkennen en het uiten van emoties en moeite met het toepassen van de opgedane kennis in situaties die net wat anders zijn dan de geleerde situatie.

In de puberteit of op latere leeftijd kan cognitieve gedragstherapie ook nodig en hulpzaam zijn. Ieder kind leert op een bepaalde manier omgaan met PDD-NOS, maar het kan zijn dat dit tijdens het opgroeien op een bepaald punt meer of minder effectief zal blijken. Dit kan vervolgens leiden tot emotionele of gedragsmatige problemen. Zo kan het zijn dat adolescenten zich op een gegeven moment bewust worden van de gevolgen van hun stoornis voor hun relationele en maatschappelijke toekomst, wat tot acceptatieproblemen kan leiden. Ook bij acceptatieproblemen kunnen kinderen en/of jongvolwassenen gebaat zijn met cognitieve gedragstherapie.

Er bestaan verschillende vormen van behandelingen die bij kinderen met PDD-NOS kunnen worden aangewend voor het verminderen van de klachten:

  • Gedragstherapie:

    Gedragstherapie heeft als uitgangspunt dat bepaald gedrag aangeleerd is en dus ook weer afgeleerd/veranderd kan worden. Het kind wordt geholpen bij problemen waar het dagelijks tegen aan loopt. Er wordt gekeken naar het huidige gedrag en vervolgens wordt alternatief gedrag aangeboden. Door beloning, duidelijke regels en een groeiend vertrouwen zal gewenst gedrag steeds vaker vertoond worden.

  • Cognitieve gedragstherapie:

    Bij een redelijke intelligentie en een redelijk verbaal uitdrukkingsvermogen kan het kind en/of de jongere baat hebben bij cognitieve gedragstherapie. Dit is een therapie die kinderen meer inzicht geeft in het eigen innerlijke en cognitieve functioneren wat tot verandering kan leiden. Bij kinderen wordt in het kader hiervan ook wel de Stop-Denk-Doe methode geleerd. Hierdoor leren de kinderen eerst te denken voordat ze gaan handelen.

  • Sociale vaardigheidstraining (SOVA):

    Deze training geeft meer inzicht in het eigen functioneren als het gaat om interacties en sociale contacten met anderen. Sociale vaardigheden worden versterkt en de kinderen/ adolescenten worden meer sensitief in de omgang met anderen.

  • Mediatietherapie (ouderbegeleiding)

    Dit is een vorm van gedragstherapie waarbij de ouders (en/of leerkracht) leren hoe ze ongewenst gedrag bij hun kind kunnen voorkomen en gewenste gedragingen aan hun kind kunnen ontlokken. Ook het gedrag van de ouder heeft namelijk invloed op hoe het kind zich gedraagt. Interventies zijn er onder andere op gericht hoe ouders het de omgeving van het kind optimaal kunnen inrichten maar behandelen ook de manier waarom ouders zich tot hun kind richten: de wijze van verzoeken, opdragen of bevelen.