Kan mijn kind iets aan PDD-NOS doen?

Uw kind kan er niet voor zorgen dat PDD-NOS overgaat, ook u zelf of een behandelaar kan dit niet. Eén van de kenmerken bij PDD-NOS is dat iemand zich moeilijk aan kan passen, daarom moet de omgeving zich aanpassen aan het kind in plaats van andersom. Het helpt wanneer uw kind voldoende weet over wat er met hem of haar aan de hand is. Er zijn veel kinderboeken geschreven over dit onderwerp. Stimuleer uw kind om dit te lezen of lees het aan uw kind voor. Let er hierbij op dat er niet teveel aandacht gaat naar de moeilijkheden van het kind, besteed minstens zoveel aandacht aan de sterke kanten.

Kinderen met PDD-NOS zijn doorgaans angstiger dan gemiddeld. Net als bij andere kinderen helpt het wanneer uw kind spannende situaties niet uit de weg gaat. Stimuleer uw kind om situaties die hij of zij eng vindt op te zoeken, maak het hierbij wel veilig voor uw kind.

Organisaties zoals ‘stavast’ en ‘autisme centraal’ organiseren activiteiten speciaal voor kinderen met een aan autisme verwante stoornis. Uw kind kan op deze manier in contact komen met andere kinderen met PDD-NOS en ervaren dat hij of zij niet de enige is. Dit kan het zelfvertrouwen en de acceptatie van uw kind vergroten. Er zijn ook trainingen en behandelingen die het voor uw kind makkelijker maken om met de symptomen om te gaan. Meer informatie hierover vindt u onder het kopje “Behandeling van PDD-NOS”.