Wat kan ik als omgeving doen?

Wanneer je in je omgeving iemand kent met PDD-NOS is het ten eerste belangrijk dat je diegene accepteert zoals hij of zij is. Ga iemand met PDD-NOS niet uit de weg, maar behandel hem of haar net als anderen. Wanneer het gaat om een kind, kun je aan andere gezinsleden duidelijk maken dat je er begrip voor hebt dat de situatie wel eens uit de hand kan lopen, bijvoorbeeld wanneer het gezin met het kind op bezoek bij je is. Hou de deur open voor het gezin of volwassenen met PDD-NOS en laat hun dat weten. Vaak komen ze namelijk geïsoleerd te staan.

Ook heeft het gezin een hoop steun als de omgeving hun helpt met de alledaagse dingen, zoals wat werk uit handen nemen of het opvangen van broertjes of zusjes. De situatie thuis is namelijk niet altijd even gemakkelijk. Verder is het belangrijk dat kinderen met PDD-NOS niet gepest worden, ook al lijkt het hun weinig te schelen. De omgeving kan er op letten dat ze niet geplaagd worden. Wanneer je niet goed weet hoe met het kind om te gaan of hoe op het kind te reageren kun je dat zeker ook vragen aan de ouders, zij kennen hun kind immers het best.