Wat kan ik voor mijn kind doen?

Zorg er ten eerste voor dat u goed geïnformeerd bent over de diagnose en wat PDD-NOS precies inhoudt. Vaak heeft u als ouder al allerlei aanpassingen in de opvoeding gedaan voordat de diagnose gesteld is. U kent uw kind immers het best en weet hoe u het best met hem of haar om kunt gaan. Zorg ook dat de school goed geïnformeerd is over de situatie van uw kind en ga na of het kind op die school kan blijven. Kan de leerkracht er goed mee omgaan? Is de klas niet te groot? Enz.

Kinderen met PDD-NOS leren gedrag in principe op dezelfde manier aan als andere kinderen: gedrag dat beloond wordt herhaalt zich, gedrag dat genegeerd of bestraft wordt neemt af. Bij kinderen met PDD-NOS gaat dit leerproces echter veel langzamer. Hierdoor is er veel aandacht en geduld nodig van de ouder. Leer gedrag aan door veel herhalen, inprogrammeren, voorzeggen en uitleggen. Beloon altijd hetzelfde gedrag en negeer altijd hetzelfde gedrag, consequent zijn is bij kinderen met PDD-NOS sterk van belang. Zorg voor duidelijke en motiverende beloningssystemen. Accepteer agressief gedrag van uw kind niet.

Doordat kinderen met PDD-NOS moeilijk de samenhang tussen details kunnen zien, raken zij al snel het overzicht kwijt. Zij hebben de ondersteuning van anderen nodig om de wereld ordelijk en overzichtelijk te maken. Zorg hier dus ook voor. Zorg voor een vast ritme, structuur en bespreek veranderingen goed door met uw kind en pas deze daarna stapje voor stapje toe.

Bij dagelijkse activiteiten zoals tandenpoetsen of aankleden, kan uw kind veel baat hebben bij ondersteuning van pictogrammen. Op internet zijn veel pictogrammen te vinden die uw kind bijvoorbeeld de volgorde van aankleden duidelijk maken. Voor kinderen met PDD-NOS is dit duidelijker en overzichtelijker dan instructies die verbaal worden gegeven.

Wees voorzichtig met abstract taalgebruik en het uiten van uw gevoelens. Uw kind kan hier waarschijnlijk niets mee. Ook dubbelzinnige opdrachten, cynisme en sarcasme is moeilijk tot niet te begrijpen voor uw kind. Voor uw kind is taal vooral functioneel, "een praatje maken" snappen zij vaak niet.

Tot slot, het is belangrijk om u te realiseren dat uw kind zich niet kan aanpassen, dit is inherent aan de diagnose. Het aanpassen moet de omgeving dus doen. Zorg voor weinig prikkels en een grote mate van voorspelbaarheid, zo voorkomt u angsten en driftbuien. Let er daarbij ook op dat niet alle aandacht uitgaat naar 'de problemen' van uw kind. Kinderen met PDD-NOS hebben net als andere kinderen ook sterke kanten. Benoem en stimuleer deze waar mogelijk. Schenk eveneens voldoende aandacht aan eventuele andere kinderen van het gezin.