Epidemiologie

Er zijn geen specifieke cijfers voor de prevalentie van autisme spectrum stoornissen in Nederland voorhanden, maar uit internationaal onderzoek blijkt dat deze stoornis bij 6 tot 10 van de 1000 kinderen voorkomt. De Lancet publiceert in 2006 een Engels onderzoek waarbij een prevalentie van ruim 1% van de totale bevolking gerapporteerd wordt.

Autisme spectrum stoornissen behoren tot de meest voorkomende stoornissen die we bij kinderen aantreffen. We zien dat binnen deze groep met ASS jongens 4 keer meer de kans hebben om gediagnosticeerd te worden. Etniciteit lijkt echter geen rol te spelen en ASS komt wereldwijd in gelijke mate voor. Omdat er helaas niet heel specifieke criteria zijn om ASS en meer specifiek PDD-NOS te diagnosticeren, kan de exacte prevalentie van ASS alleen geschat worden. PDD-NOS lijkt wel het grootste aandeel in de groep ASS te hebben. Wat betreft het al dan niet samengaan met een verstandelijke handicap gaat men er momenteel van uit dat dit in slechts 15-20% van de ASS-gevallen zo is.

Wat opvalt is dat de huidige cijfers een stuk hoger liggen dan vroeger. Mogelijk kan dit verklaard worden aan de hand van het feit dat de detectie en diagnostiek naar ASS en PDD-NOS steeds beter wordt, waardoor het eerder herkent kan worden. Niet onbelangrijk is ook het feit dat het in Nederland noodzakelijk geacht wordt om een diagnose te hebben om een aanvraag voor financiering van zorg of hulp in het onderwijs te kunnen doen. Daarbij stelt de maatschappij tegenwoordig ook veel meer eisen aan vaardigheden in de sociale omgang en communicatie en wordt van kinderen en volwassenen verwacht dat ze steeds flexibeler en zelfredzaam zijn. Tot slot liggen de definities van ASS niet helemaal vast en is de diagnose ook verbreed.

Bronnen: www.trimbos.nl en www.autisme.nl